

Hoe kan je onderzoeken of een chimpansee een ik-besef heeft?
… Een klassiek geworden proef gaat als volgt.
Een chimpansee wordt in slaap gedaan met anesthesie. Onderzoekers plaatsen een felgekleurde stip op het voorhoofd van het dier, bijvoorbeeld met verf. Het voorhoofd is een plaats op het lichaam dat men niet zelf rechtstreeks kan waarnemen, wel in een spiegel. Als de chimpansee wakker wordt, is de verf opgedroogd en het dier voelt niets bijzonders. In de proefruimte staat een spiegel. Vroeg of laat ziet het dier zichzelf in de spiegel en merkt dat er iets veranderd is ten opzichte van enige tijd geleden. Hij merkt een ongewone kleur in het spiegelbeeld dat hem zo vertrouwd was. Tientallen keren heeft hij dat beeld in de spiegel gezien en nu is daar opeens een grondige verandering te zien.
In deze proef stelt men vast dat het proefdier, in de spiegel kijkend, zijn eigen voorhoofd betast met een vinger. Hij onderzoekt wat er veranderd is, niet in het spiegelbeeld waar de verandering te zien is, maar op zijn eigen lichaam. De onderzoekers die dit voor het eerst hebben waargenomen, kregen vast kippenvel. Zij zagen immers voor het eerst een niet-menselijk dier blijk geven van het ik-besef, van een bewustzijnsniveau waarvan men duizenden jaren lang dacht dat het exclusief voor de mens was voorbehouden … zie verder p. 281
<< terug
|