Auteur
Start
Over Mark Nelissen
Lezingen
Boeken
Blogs
Contact

Over de auteur

De bril van Darwin

Kunnen evolutionair ontwikkelde gedragssystemen niet meer worden veranderd? Moet men met andere woorden maar berusten in de menselijke aard, ook al is die cultureel onaanvaardbaar?

Dat is uitgerekend het argument dat misbruikt werd door politici die een grond zochten voor de verantwoording van fascistische en andere verwerpelijke praktijken. Nee, het is precies andersom! Onderzoek naar menselijk gedrag, vertrekkend van de evolutieleer, levert bruikbare kennis op. De kennis van onze geëvolueerde sociale en psychologische aanpassingen geeft immers de kracht om sociaal gedrag te veranderen. Onderwijs en opvoeding kunnen inzicht geven in evolutionaire aanpassingen, waar­door men ermee rekening kan houden. In het laatste hoofdstuk zal ik enkele voorbeelden hiervan voorleggen. Als men weet wat de biologische wortels van racisme zijn – of van oorlog of van verkrachting – kan men zich tegen deze uitwassen wapenen. Ik zal verder in dit boek enkele meer complexe voorbeelden van de toepassing van het evolutionair denken uitwerken.

Als gedrag onderhevig is aan natuurlijke selectie, moet het erfelijk bepaald zijn. Is er een voorbeeld van een gedrag waarvan men zeker weet dat het door onze genen wordt vastgelegd?

Een voorbeeld is de wenkbrauwgroet. Wanneer iemand een kennis ontmoet, zal hij deze een minimaal kleine en korte groet brengen met de wenkbrauwen. Dat gebeurt zodra de andere dicht genoeg genaderd is opdat beiden de details in elkaars gezichtsmi­miek kunnen onderscheiden. Een glimlach leidt de groet in, dan worden de wenkbrauwen opgetrokken en gedurende ongeveer één zesde van een seconde omhooggehouden. De wenkbrauwgroet heeft een vriendelijke functie, het is alsof degene die de groet brengt in een fractie van een seconde zegt: 'Wij kennen elkaar, laten we contact hebben'.
Het brengen van de groet, en ook het begrijpen ervan, zijn volledig onbewust. Niemand van ons weet dat hij dit doet, noch dat hij op dit signaal reageert, en toch gebeurt het. Dat geldt overigens voor de meeste van onze signalen - we komen daar in hoofdstuk 8 op terug. Het is een zeer klein signaal, maar daarom niet minder interessant voor dit betoog. Door zijn uitgebreid foto- en filmmateriaal kon Eibl-Eibesfeldt vaststellen dat dit gedrag tot in de kleine details op dezelfde manier wordt vertoond en begrepen bij personen van zeer uiteenlopende culturen verspreid over de hele wereld.
Papoea's doen het op identiek dezelfde manier als de Fransen, de eskimo's, de Bosjesmannen, de Yanomamö-indianen, ... Er zijn geen uitzonderingen gevonden. Het is dus duidelijk een soort specifiek signaal en deze specificiteit is niet uit te leggen aan de hand van een leerproces, van een culturele overdracht van de ene mens op de andere. Met andere woorden, er moet een gen zijn dat - misschien via veel tussenstappen en omwegen - de inhoud van dit gedrag codeert en overdraagt van generatie op generatie.

Als dit voorbeeld - ondanks zijn overtuigingskracht - u nog niet bevredigt, kan een ander argument dat kleine duwtje geven dat u over de streep moet halen ...
zie verder p. 79 en 246

<< terug

Amazing Things