

De grootouders zijn ook belangrijk bij het grootbrengen van kinderen. Maar we hebben er vier, zijn die allen even ‘bezorgd’ om de kleinkinderen?
Nee… Dit verschil tussen de grootouders noemt men de discriminatoire grootouderinvestering.
Een Amerikaans onderzoek bevestigt deze hypothese. Aan studenten werd gevraagd hun vier grootouders te evalueren voor enkele eigenschappen, waaronder de tijd die ze samen hebben doorgebracht, de kennis die ze van hen hebben verworven, de hoeveelheid gekregen geschenken, enzovoort. In de antwoorden scoorde de vader van de vader steeds het laagst en de moeder van de moeder steeds het hoogst. Men zou verwachten dat voor de tussenliggende grootouders de scores gelijk zijn, want beide relaties hebben elk één onzekerheidsniveau, er zit steeds één vaderrelatie tussen. De tests wezen echter uit dat de vader van de moeder steeds hoger scoorde in de investeringen voor de kleinkinderen dan de moeder van de vader. Dit werd door de onderzoekers uitgelegd doordat de onzekerheid van het vaderschap bij de vorige generaties misschien in mindere mate bestond dan vandaag, dus dat er nu meer gelegenheid is tot buitenechtelijke relaties dan enkele decennia geleden. Deze studie wijst erop dat de discriminatoire grootouderinvestering inderdaad bestaat en de biologie legt uit waaruit deze ontstaan is … zie verder p. 161
<< terug
|