

Kan het darwinisme iets zeggen over de ‘zin van het leven’?
Waarom leven wij? Dit is een verkeerde vraag. 'Waarom' vraagt naar de reden, het doel waarop gemikt wordt. Die vraag houdt in dat iemand of iets een bedoeling had of heeft met ons leven. We weten nu dat die iemand of iets alleen de evolutie kan zijn, en die heeft geen doel voor ogen. Een betere vraag is dan 'Waardoor leven wij?'. Laten we daarover heel duidelijk zijn: door toeval. Geen millimeter meer of minder. Die toevalligheid kan niemand berekenen. Is dat een koude douche? Moeten we nu in een zwart gat vallen? Is het niet aangenamer te geloven dat we geschapen zijn tot meerdere eer en glorie van een god? Krijgen we geen warmer gevoel als we ons leven als voorbereiding kunnen beschouwen op een hiernamaals, waar een heel ander leven kan bestaan? Dat hoeft allemaal niet. Zulke opvattingen en overtuigingen kunnen ons goed doen, maar ook veel pijn bezorgen. Het godsbeeld dat godsdiensten ons voorhouden, leidt tot ontgoocheling. We kunnen de gestelde eisen niet nakomen, we falen voortdurend, we stellen ons nog meer vragen (waarom laat god dit of dat gebeuren?). De meme die we gecreëerd hebben om ons goed te voelen, geeft even grote katers. Is dat dan geen koude douche?
Het toevalsverhaal dat we in het darwinisme vinden, reikt wel antwoorden aan: als we door toeval zijn ontstaan, met een kans van één op oneindig, laten we dan oneindig blij zijn dat we die loterij hebben gewonnen. Er is geen beloning of straf voor ons leven nodig, alleen vreugde omdat we er zijn en elke dag opnieuw met volle teugen van dat leven mogen genieten. We moeten elke dag opnieuw beseffen dat we moeten genieten, dat we elke dag opnieuw de positieve kanten van het grote toeval moeten proeven … zie verder p. 325
<< terug
|