

Waardoor is onze taal ooit ontstaan?
Keren we even terug naar de sociale organisatie bij de apen. We weten al dat deze dieren onderlinge banden smeden en onderhouden door lichamelijk contact, het vlooien. Dat vlooien vraagt tijd, zelfs veel tijd. Hoe meer bondgenoten en vrienden men wil, hoe meer tijd in het vlooien gaat zitten. Hier treedt een stukje economie naar voren. Hoeveel tijd kan ik spenderen aan deze sociale contacten, ten koste van andere noodzakelijke dingen, zoals voedsel zoeken, voor de jongen zorgen, een nest maken, enzovoort. Hoe meer tijd gestoken wordt in het ene, hoe minder in het andere en de economische aap moet dus uitmaken welke tijdsverdeling het meest rendeert. Hij moet nagaan hoeveel tijd er maximaal in het vlooien kan worden gestoken zonder andere levensnoodzakelijke activiteiten te verwaarlozen.
Er werd berekend dat primaten maximaal 20 procent van hun tijd mogen investeren in sociale contacten. Een groter percentage leidt tot ondervoeding, verwaarlozing van de jongen, enzovoort. Een nieuw probleem dat rijst wanneer groepen groter worden: grotere groepen wil zeggen meer individuele banden en dat betekent dat er meer tijd moet gaan naar vlooien, terwijl die beperkt is tot 20 procent.
Voor onze voorouders werd dit probleem heel acuut … zie verder p. 266
<< terug
|