

Waarom handelt dit boek ook over de menselijke taal? Is die dan ook al biologisch van oorsprong, erfelijk bepaald?
Stelt u zich een denkbeeldige proef voor. We zonderen een groep heel jonge kinderen af en voeden hen op met een taal die alleen uit woordenschat bestaat, dus zonder grammaticale structuur. We laten die kinderen normaal met elkaar omgaan. Na een paar jaar blijkt er iets geks te gebeuren: we horen de kinderen een volledige taal spreken die steunt op de woordenschat die ze in hun opvoeding meekregen en die gestructureerd is door een zelfgemaakte grammatica.
Het gaat niet om een eenvoudige, gebrekkige of speelse spraakkunst, maar om een stelsel van ingewikkelde regels en wetten zoals we die kennen uit onze volwassen taal. Zo'n proef kunnen we natuurlijk niet echt uitvoeren – we zouden pardoes en terecht achter de tralies belanden. We gaan kinderen zoiets niet aandoen. Toch heeft het fenomeen zich meermaals voorgedaan. Ik verklaar me nader …
zie verder p. 260
<< terug
|