

Hoofdstuk 10
Taal: de evolutie van sociale communicatie
Charlotte De Backer en Mark Nelissen
Een groot deel van ons alledaags gedrag is sociaal, communicatief van aard. In dit hoofdstuk schuiven we een evolutionaire verklaring naar voor om ons babbelgedrag te verklaren. Er wordt aangetoond hoe sociale communicatie kan opgevat worden als een set van cognitieve modules die doorheen de evolutie gevormd zijn door selectiedruk en welbepaalde functies uitoefenen. We beantwoorden hiervoor drie vragen. Ten eerste leggen we uit wanneer communicatie is ontstaan. Vervolgens bespreken we hoe dat is gebeurd, in welke vorm communicatie is ontstaan. Ten slotte peilen we naar het waarom: waarom is communicatie ontstaan en geëvolueerd tot de gedragsvorm die zich vandaag zo alomtegenwoordig voordoet? 
Het antwoord op deze laatste vraag verschaft een ultieme verklaring voor ons babbelgedrag. Dit hoofdstuk legt uit hoe natuurlijke en seksuele selectie het sociaal vermogen van de mens vorm gegeven hebben. Problemen waarmee onze voorouders geconfronteerd werden in een sociale context waren situaties waar coöperatie niet voor de hand lag of conflicten optraden. Sociale communicatie bood een oplossing voor deze problemen door in de eerste plaats op te treden als een groepsbindend middel. De keerzijde van het verhaal is dat taal ook kan verwijzen naar een fictieve situatie en alzo bedrog mogelijk maakt. Tevens maakt het leven in grotere groepen bedrog gemakkelijker uitvoerbaar. Taal lijkt echter een zelfoplossend systeem te zijn, want via uitwisseling van informatie is sociale controle mogelijk om bedrog binnen de perken te houden.
<< terug
|