

Hoofdstuk 4
Gek van nature: darwinisme en psychopathologie
Andreas De Block en Pieter Adriaens
Het opzet van dit hoofdstuk is een grondige evaluatie van de evolutionaire (of darwinistische) psychiatrie: haar meerwaarde, verklaringsmodellen, implicaties, problemen en toepassingen. De evolutionaire psychiatrie is een relatief nieuwe wetenschap met een op het eerste zicht eenvoudige missie, namelijk de fylogenetische dimentie in de psychiatrie erkennen en de psychopathologie een degelijke evolutionaire basis geven.
De evolutionaire psychiatrie wil een antwoord geven op de vraag hoe bepaalde psychische ziekten zich in ons erfelijk materiaal hebben weten te vestigen, en vooral hoe ze daar al die tijd bewaard zijn gebleven. Daartoe kan ze beroep doen op een aantal verklaringsmodellen: sommige geestesziekten zijn bijvoorbeeld uitvergrotingen van op zich adaptieve eigenschappen; andere stoornissen worden dan weer zelf als adaptaties beschouwd; enzovoort.
Sommige verklaringsmodellen hebben merkwaardige filosofisch-antropologische gevolgen: ze suggereren namelijk dat de mens zich van de andere dieren onderscheidt door zijn vatbaarheid voor psychische ziekten. We gaan dan ook na of de evolutionaire psychiatrie de stelling rechtvaardigt dat de mens een ziek dier is. Bij wijze van illustratie bespreken we vervolgens enkele evolutionair-psychiatrische hypothesen over depressie, obsessief-compulsieve stoornis en schizofrenie.
Deze toepassingen leggen ten slotte een aantal pijnpunten bloot. Zo is de evolutionaire psychiatrie vaak erg speculatief, bij gebrek aan deugdelijke data. De gehanteerde ziektebeschrijving is ook zelden doordacht – veel evolutionaire psychiaters staan skeptisch tegenover gangbare ziektebeschrijvingen, maar reiken zelf geen goed alternatief aan. Desondanks is het zo dat de evolutionaire psychiatrie belangrijke inzichten aandraagt – inzichten die zowel voor het begrip als voor de behandeling van geestesziekten een doorbraak kunnen betekenen.
<< terug
|