

Hoofdstuk 6
Waarom worden wij verliefd?
Pieter De Wilde en Sofie Honraet
Dit hoofdstuk gaat op zoek naar de oorsprong van menselijke verliefdheid en verklaart waarom verliefdheid al die typische kenmerken bezit. Overal ter wereld worden mensen verliefd en kiezen mensen een partner. Aan de hand van wetenschappelijke literatuur hebben we getracht een beeld te schetsen van wat verliefdheid is en hoe dit evolutionair te verklaren is. De evolutiepsychologie – die een veelheid van theorieën uit diverse wetenschappen verenigt – biedt het gepaste kader voor de wetenschappelijke analyse van deze welbekende menselijke eigenschap.

Eerst zal worden aangetoond dat verliefdheid – in tegenstelling tot nogal wat antropologische rapporten – wel degelijk een universeel verschijnsel is. Dit feit suggereert dat verliefdheid zich ontwikkelde in ons evolutionair verleden. Universaliteit is immers een noodzakelijke voorwaarde om van adaptaties te spreken. Wij stellen dan ook dat verliefdheid een adaptieve functie heeft. Adaptaties zijn oplossingen voor welbepaalde wederkerende problemen uit onze evolutionaire geschiedenis. Verliefdheid overtuigde beide partners van elkaars toewijding en bood een verzekering voor een relatief langdurige paarvorming. Waarom echter wordt dit toewijdingprobleem opgelost door een emotie die het hart sneller doet slaan en de geest verovert? Het hoofdstuk brengt bevindingen naar voor uit de evolutionaire biologie, antropologie, primatologie, cognitieve psychologie en de neurologie die verliefdheid uitleggen als een biologische adaptatie.
De conclusie is dat liefde en verliefdheid psychologische adaptaties zijn, nodig om langdurige relaties mogelijk te maken waarbij beide partijen de ander van hun wederzijdse toewijding overtuigen, en dit om het voortplantingssucces te garanderen.
<< terug
|